zondag 16 december 2012

Contextmapping in het onderwijs

'Bringing the everydag life of people into design',  is de sprekende titel van het proefschrift van het promotie onderzoek van Froukje Sleeswijk Visser (2009).
De kernvraag in dit proefschrift luidt ‘Hoe kan belevingsinformatie aan ontwerpers worden overgedragen?’, met als doel ontwerpers te informeren en inspireren om producten te ontwerpen die passen in de context waar hun product uiteindelijk gebruikt gaat worden.  
Froukje was afgelopen vrijdag de 14e december een gastspreker op de Master Leren en Innoveren bij het thema; Omgeving, de ecologie van innoveren. Zij hield een informatief betoog over hoe je als onderzoeker-innovator in contact moet treden met de omgeving waar je onderzoek en innovatie plaatsvindt. Froukje hanteert een manier hoe dit plaats kan vinden; contextmapping. Bij contextmapping is aandacht voor de belevingsinformatie als bron voor inspiratie bij het ontwerpen. Je maakt dan letterlijk een map van de context van een bepaald productgebruik. Dit kan zijn voor het ontwerpen van nieuwe keukenapparatuur tot een nieuwe levensverzekering.

This contextmapping study investigated the rituals and motivations of young parents around cooking. The results were used for an activation campaign for Philips Kitchen Appliances.(client Tribal DDB, 2011)
Bron: Contextqueen.nl,16-12-2012 
Een drietal 3-tal zaken zijn belangrijk bij contextmapping en wat mij betreft ook belangrijk bij het doen van onderzoek en het uitvoeren van innovaties in het onderwijs.
1. Mensen zijn experts van hun eigen omgeving:
Verdiep je in de doelgroep waar je onderzoek naar doet. Wat is hun wereld waar hechten ze belang aan. Ga in gesprek.
2. Onderzoek de context in het alledaagse leven:
Verzamel niet alleen informatie via interviews maar ga letterlijk de context waar het 'product' een rol speelt observeren tijdens alledaags gebruik.
3. Vraag naar het verleden voordat je naar de toekomst vraagt:
Vanuit een verleden waar men ervaring heeft met dat wat jij wilt onderzoeken kan men beter naar dat wat jij wilt bereiken kijken dan vanuit het niks. Bijvoorbeeld, je gaat een nieuwe digitale leeromgeving ontwerpen, welke ervaringen hebben studenten dan met digitaal leren, wat ging goed wat ging fout. Vanuit die context kunnen ze beter vertellen wat zij in de toekomst zouden willen dan dat je start zonder dat 'vooronderzoek'.

Tot slot gaf Froukje aan dat het belangrijk is het ontwerpproces te visualiseren voor degene die mee doen aan het onderzoek. Een naam is maar een naam, een foto van degene erbij maakt het menselijker.

De expert-sessie met Froukje Sleeswijk Visser heeft mij aan het denken gezet. Het geeft het belang weer van het in gesprek gaan met de doelgroep waar ik werk: de MBO-student. Een open deur? Ja, maar ik ben de sleutel van die deur heel vaak kwijt en contextmapping geeft mij een tool in handen dit uit te voeren.

zondag 25 november 2012

Workshop: Dat wat je denkt, waarom zeg je dat niet?

Vrijdag 23 november, de laatste themadag Inter-persoonlijk handelen en dat betekent dat wij (studenten) de 'oogst' van dat wat we in dit thema hebben geleerd en ontdekt, delen met anderen. In de COL LaLa (LenAnitaLoesAstrid) hebben we de afgelopen maanden elkaar 'gevonden' in de materie rond mentale modellen (Senge, 1990). In het blog van 19 september schrijf ik over het herontdekken van Senge.
Hoe komt het toch dat we niet altijd zeggen wat we denken, wat is die belemmering? Twee theorieën stonden centraal tijdens de workshop: 1. De theorie rond mentale modellen van Senge (1990) en dan specifiek de inferentieladder, en 2. De theorie rond de 8 belemmerende overtuigingen van Frijters (2011). In het blog van 29 augustus vertel ik kort iets het boek van Frijters: 'De kracht van gedachten.'
De aanwezigen hebben eerst in groepen van 5 aan de hand van een gekozen werksituatie stil gestaan bij welke abstractiesprongen van de ladder van gevolgtrekkingen (inferentieladder) gemaakt zijn. Het was goed te ervaren dat men die werksituatie zo makkelijk inbracht. Een mentaal model is heel persoonlijk, het zegt iets over hoe jij in gesprek bent met de ander of anderen. En dan zit je daar in een workshop met mensen die je niet allemaal kent....goed dat men open staat voor kenniscreatie! Na een rondje waarbij elk groepje kort iets verteld over de situatie en dat wat het bij hem of haar oproept werd de tweede oefening geïntroduceerd. Eerst heb ik verteld over de belemmerende overtuigingen die een rol spelen bij het gegeven dat je niet altijd zegt wat je denkt. Gedachten die voor jou heel normaal zijn worden een overtuiging, echter dat kunnen ook belemmerende overtuigingen worden. Frijters beschrijft er 8.  En daar ging de volgende opdracht over, naar aanleiding van de situatie die is gekozen gingen de groepjes aan de slag met welke belemmerende overtuiging  hier een rol speelt. En omdat het zo geven van de 8 belemmerende overtuigingen niet bijdraagt aan het creëren van kennis in de groepjes hebben we het anders aangepakt. Per belemmerende overtuiging zijn 3 uitspraken genoteerd, 1 per kaartje. De groep ging dus opzoek naar de uitspraak (gedachte) die past bij de situatie die is ingebracht, 8x3= 24 uitspraken dus. Dit betekent dat degene die de situatie heeft ingebracht ondervraagd is door de anderen uit de groep.
Het kunnen meerdere uitspraken zijn geweest die een rol spelen. Nadat de uitspraken verzameld zijn, werden de kaartjes omgedraaid. Op de achterkant staat de belemmerende overtuiging genoteerd die past bij die uitspraak. En daar konden ze in de groep elkaar weer over bevragen: 'Klopt het, heeft degene die de situatie heeft ingebracht last van die belemmerende overtuiging?' Is het inderdaad; 'Liefdesverslaving', wil ik aardig gevonden worden, ga ik daarom een confrontatie uit de weg. Of is het: 'Calimerodenken', ik trek mij alles persoonlijk aan! In de nabespreking van deze opdracht vertelde ik kort hoe je belemmerende overtuigingen kunt aanpakken. Kort want Frijters beschrijft in zijn boek tal van oefeningen die je hierbij kunnen helpen.
Tijdens de evaluatie van de workshop is men enthousiast over de werkvorm waar wij voor gekozen hebben, het zet aan tot reflecteren, tot samen nadenken over wat er nu aan de hand is. Een aantal deelnemers heeft een antwoord gekregen op de vraag; 'Dat wat ik denk, waarom zeg ik dat niet?' En themakerndocent Ard wil misschien het boek van Frijters op de lijst voor volgend jaar te zetten! Een mooie compliment! De COL LaLa sluit vier maanden thema Inter-persoonlijk handelen af met een goed gevoel, we hebben onze papers ingeleverd en hebben met z'n vieren een top-workshop georganiseerd met zelf bedachte oefeningen en homemade kaartjes. Het thema Inter-persoonlijk handelen heeft mij veel gebracht.....daar ben ik van overtuigd!!

zondag 28 oktober 2012

Meer regen betekent niet meer paraplu's

Zaterdagochtend 27 oktober thema onderzoek met Frank.
We zijn concreet aan de slag gegaan met SPSS met input van een mastergenoot. Zij heeft 41 studenten van haar werkplek (VMBO) een vragenlijst in laten vullen met betrekking tot loopbaancompetenties. De verzamelde data heeft zij ingevoerd in SPSS. Goed om op deze manier SPSS in functie te zien, dat verduidelijkt gelijk de taaie materie zoals die in het boek:

staat beschreven.
De 'les' begon echter met een kring gesprek waarbij Frank in gesprek met ons is gegaan over hoe wij met kenniscreatie bezig zijn op KF, in de view onderzoek en feitelijk niet bezig zijn!!
Frank mist de interactie op KF, vindt dat er te weinig op elkaar wordt gereageerd. Daarom nu deze kringopstelling opdat op deze manier kenniscreatie plaats kan vinden. Vanuit de groep hebben een aantal mensen gereageerd op dat wat Frank aangeeft en duidelijk is gesteld dat het niet participeren op KF niet te maken heeft met onwil! De prioriteit ligt (nu) niet bij de view onderzoek op KF en dat zegt niks over hoe een ieder bezig is met het thema onderzoek. Een ieder heeft zijn of haar traject met de studiecoach en een aantal zijn ook al begonnen met het onderzoek en hebben KF, view onderzoek niet nodig om informatie op te halen of te delen. Binnen de view thema inter-persoonlijk vindt op KF wel de nodige kenniscreatie plaats. Het is dus niet zo dat KF niet gebruikt wordt binnen de master. Het was goed op deze wijze met elkaar in gesprek te gaan. En met voor mij als concreet resultaat dat ik een note op KF view onderzoek heb geplaatst met een vraag aan mijn mastergenoten over het inzetten van vragenlijsten in het onderzoek.

De volgende onderwerpen zijn deze ochtend besproken:
Correlatie, samenhang, causaliteit, assumptie, normaalverdeling, meetniveau (nominaal, ordinaal, ratio en interval), parametrische en niet-parametrische statistiek.
Het zijn termen die wat mij betreft goed beklijven als er concreet materiaal bij getoond wordt of verteld anders zijn het maar abstracte begrippen. Zoals dit voorbeeld over correlatie: er is een correlatie tussen regen en paraplu's maar er is geen oorzakelijk verband, want meer regen wil niet zeggen meer paraplu's en tegen de zon worden ook paraplu's gebruikt. Dit is het co-variëren van variabelen met elkaar.
Ik sluit af met daar waar ik deze blog mee begon: het stoeien met data in SPSS, want thuisgekomen heb ik opnieuw de stappen gemaakt die Frank ons liet zien in SPSS met als resultaat deze histogram met een normaal curve:

maandag 1 oktober 2012

Social media en mijn onderwijsleven

Dit wordt een positief blog over wat social media in mijn onderwijsleven te weeg brengt. Mijn onderwijsleven bestaat uit twee pijlers: enerzijds volg ik een Master Leren en Innoveren. Anderzijds ben ik werkzaam in het MBO als docent/onderwijsontwikkelaar.

Vanaf het toelatingsgesprek bij de Stoas Hogeschool, houd ik een blog bij (maandag 20 juni 2011).
In het begin was dit blog nog niet openbaar, ik nodigde mensen uit, maar al snel heb ik dit omgezet naar een openbare omgeving, want dat uitnodigen is te omslachtig. Vanaf verschillende kanten zijn de reacties op het blog positief, collega's vinden het leuk mijn bevindingen te lezen, docenten van de Master lezen het omdat het hen een beeld geeft van de wijze waarop zij les geven, vrienden vinden het leuk te lezen waar ik mee bezig ben en dan is er nog een groep die ik niet persoonlijk ken maar die wel blogs lezen. Zo zijn er volgens de statistieken van mijn blog, viewers vanuit de hele wereld tot aan China toe!
Wat brengt het bijhouden van het blog mij nu persoonlijk? Het brengt mijn leerproces in beeld, ik vind het belangrijk inzicht te geven in dit proces. Daarnaast ben ik zeer enthousiast over wat ICT, WEB 2.0, social media en de Master Leren en Innoveren mij brengt en dat wil ik delen. Daarom heb ik mij aangemeld voor de lijst: edubloggers, in te zien via de site: www.edubloggers.nl. Op deze lijst staan inmiddels bijna 140 bloggers die schrijven over onderwijs.
www.edubloggers.nl

Met bloggen is het begonnen echter de bal is pas echt gaan rollen of moet ik zeggen de muis is pas echt gaan scrollen op het moment dat ik actief ben gaan twitteren. Wat brengt, of heeft Twitter mij gebracht:



-Geattendeerd worden op goede artikelen, publicaties, onderzoeken, boeken, symposia en tv-programma's;
-PR-activiteiten uitvoeren voor de opleiding waar ik werkzaam ben;
-De mogelijkheid om gedachten te ventileren;
-Ontmoetingen (fysiek) met gelijkgestemden om te praten over onderwijsontwikkeling;
-Plaatsing van een tweet over social media en onderwijs in het boek; Smihopedia, aan de slag met social media in het onderwijs van Erno Mijland (2012);
-Het meemaken van een #Kenniscaroussel van @onderwijslente;
-Geïnterviewd worden door een bedrijfsjournalist van MBO Utrecht over mijn twitteractiviteiten;
-etc, etc.

Daarnaast houd ik voor de Master Leren en Innoveren en voor mijn collega's een Scoop.it pagina bij. Op deze pagina's scoop ik allerlei informatie die ik van belang vind voor de Master en voor mijn collega's. Bijna alles is te vinden op het internet. Met name de Scoop.it pagina die ik voor mijn collega's heb ingericht staat vol met informatie die zij kunnen gebruiken voor de lessen die zij geven (http://www.scoop.it/t/team-svg-en-gza-rocasautrecht).

Skype, de vorm van synchroon communiceren, gebruik ik regelmatig om in gesprek te gaan met masterstudiegenoten. In een zogenaamde community of learning (of practice) skypen we over van alles met betrekking tot de Master Leren en Innoveren en komen op die manier ook tot kennisconstructie.

En tot slot Facebook, wat brengt Facebook mij in relatie tot onderwijs?
Dat is het wat ik ga ervaren, want ik doe dit schooljaar een onderzoek naar het toepassen van Facebook in een traject van peer tutoring tijdens de stage. Het onderzoeksplan is goedgekeurd en de eerste stappen om het onderzoek te gaan uitvoeren zijn genomen.
Op Facebook zal ik een besloten groep aanmaken alwaar tutors en tutees met elkaar (in duo) in gesprek gaan over de stage. De tutors zijn 4e jaars studenten en de tutees zijn 1e jaars studenten, allebei volgen zij de opleiding tot verpleegkundige niveau 4 BOL. Tweemaal zal ik aan de hand van een semi-gestructureerd interview in gesprek gaan met de participanten en zal dan met name vaststellen of deze wijze van samenwerkend leren via Facebook bijdraagt aan het werken en behalen van competenties.
Dit is even in het kort wat dit kwalitatieve onderzoek inhoud.

Zo het mag duidelijk zijn, social media is in mijn onderwijsleven niet meer weg te denken. En wat ik nu nog het mooiste vind, het zijn vrij toegankelijke toepassingen. Je kunt er zo mee aan de slag, wat let je?

Is het codewoord: transculturalisme?

Tijdens een wederom intensief lesweekend op de Master Leren en Innoveren zijn een aantal onderwerpen behandeld; het coderen van onderzoeksgegevens, opvattingen over diversiteit, het komen van onderzoeksvraag naar analysevraag en het oefenen van een onderzoekend dialoog.
Centraal stond het coderen en met name het proces van open coderen tot aan het definiëren van die codes om uiteindelijk te komen tot het vaststellen van patronen.
Frank de Jong (lector) trapte de lesdagen af met een college en workshop over open coderen. Hij deed dit op zijn onnavolgbare manier door veel en in rap tempo te vertellen. Daarnaast liet hij coderingschema's van zijn eigen promotie onderzoek zien en audio-opname's van hard op lerende kinderen horen. Voor dit laatste had Frank een oude cassette-afspeel device meegenomen, want dat was in de tijd van cassettes!
Aan de hand van oefen-data op vrijdagochtend (bij Frank) en echte-data op zaterdagochtend (bij Ard, Frank en Lia) kan ik zeggen dat ik beter begrijp wat nu de bedoeling is bij coderen en kan ik verder met het analyseren van die echte-data voor het het thema Inter-Persoonlijk. Deze echte-data bestaat uit een audio-opname van een interview wat ik heb gehouden met mijn toenmalig leidinggevende. Door het analyseren van dit gesprek wil ik opzoek naar wat er gebeurd met mij in dat gesprek met die leidinggevende. Een tegelijkertijd is dit een serieuze vingeroefening voor straks bij het grote onderzoek. De theorie van Boeije (Analyseren in kwalitatief onderzoek, 2005) is door Frank en zeker door Ard goed neergezet, Ard trekt de informatie namelijk continu naar persoonlijke situaties.
Afsluitend een korte samenvatting van het college van lector Rudy Richardson van de vrijdagmiddag, een college over de opvattingen over diversiteit in relatie tot het hebben van een mentaal model. Diversiteit in cases, in opvattingen en in grondvormen.
Met name het vertrekken vanuit een bepaalde grondvorm spreekt mij aan. Zo zijn drie grondvormen te onderscheiden: - monolitisch, - multicultureel en - transcultureel. De grondvorm die jij je eigen maakt bepaalt hoe jij met anderen in een organisatie (en het leven) communiceert (inter-persoonlijk). Stel ik hang de monolitische grondvorm aan dan denk ik in patronen van wij tegen zij. Vertrek ik uit een multiculturele grondvorm dan leef ik prettig naast die ander in mijn eigen cultuur maar ik onderneem geen extra activiteiten. Wanneer ik nu de transculturele grondvorm aanhang dan onderneem ik die activiteiten wel op basis van wederkerigheid. Mijn identiteit wordt dan gevormd door in de interactie met mensen uit andere culturen die ook in hun interacties met andere culturen hun identiteit hebben gevormd. Dit maakt het een dynamisch proces en ik citeer: "Interactieprocessen zijn dus zowel het resultaat als de motor van cultuurverandering en de interpersoonlijke relaties staan centraal als bron voor het accepteren en waarderen van culturele verschillen tussen mensen." (Een kleurrijke wei, R. Richardson 2011 p. 34).
De interessante vraag is nu; Welke grondvorm hang je aan? Ik denk dat ik in het interpersoonlijke contact transcultureel communiceer, ik denk namelijk niet in hokjes. Maar is dat voldoende om te spreken over transculturalisme?

woensdag 19 september 2012

Senge 'opnieuw' ontdekt

Dat het boek Het Canon van het Leren van Ruijters en Simons (2012) mijn aandacht heeft mag duidelijk zijn aan de blog's die ik al gewijd heb aan concepten uit dit boek.
Wat zo prettig is aan het boek is de opzet. Een toonaangevend leer- of onderwijsconcept wordt door een auteur kort en bondig neergezet met een reflectie van die auteur op dat concept. Nee zeker niet te kort en te bondig want het is aan de lezer of hij of zij meer wilt weten over het betreffende concept en zal dan opzoek gaan naar meer literatuur.
Dit laatste is de situatie bij het hoofdstuk waarin de auteur Carlos Estarippa schrijft over het boek: The Fifth Discipline (1990) van Peter M. Senge.
Bij het thema teamontwikkeling van de Master Leren en Innoveren heb ik al gelezen uit dit boek, met name over de waarde in een organisatie van de derde discipline: gemeenschappelijke visie.
En nu bij het thema inter-persoonlijk staat het boek; Het vijfde discipline praktijkboek van Senge e.a. (1995) centraal. Dus vandaar dat ik net het hoofdstuk van Estarippa heb gelezen over Senge en de vijf disciplines uit Canon van het Leren. Estarippa pakt wat mij betreft de kern van de boodschap van Senge goed aan: "Het boek De vijfde discipline geeft een overzichtelijk en logisch geheel om een lerende organisatie mee op te bouwen." (p.588)
Overzichtelijk doordat Senge de vijf disciplines heeft beschreven die (indien ze worden uitgevoerd) van een niet-lerende organisatie een lerende organisatie maken waarbij het systeemdenken de voornaamste plaats inneemt. "Het verbindt leren op individueel, team- en organisatieniveau met elkaar". (p.588)


Tot zover een korte samenvatting van een samenvatting er is echter iets in de beschrijving van Estarippa van de 2e discipline wat mij in mijn inter-persoonlijk functioneren aanspreekt en waar ik in het thema, inter-persoonlijk van de Master, verder mee wil gaan 'werken'. Bij de omschrijving van mentale modellen schrijft Estarippa:
"Deze discipline gaat over bezinnings- en onderzoeksvaardigheden rond het ontwikkelen van bewustzijn van de eigen houding en percepties die de gedachten en interacties beïnvloeden." (p.585). En verderop schrijft Esterippa over de vaardigheden die je bij deze discipline kunt ontwikkelen (ik noem er 2):
-Het openbaren van je 'linkerkolom' (uitspreken wat je normaal niet zou zeggen);
-Het onder ogen zien van het verschil tussen verkondigde theorieën (wat je zegt) en gepraktiseerde theorieën (waarnaar je handelt).
Het mag duidelijk zijn, ik herken mij in deze vaardigheden en sterker ik erken dat ik deze vaardigheden meer kan uitvoeren. In hoeverre dit dan bijdraagt aan het verbeteren van de communicatie tussen mij en de ander is de vraag en de uitdaging dit uit te gaan zoeken. In het vorige Blog schreef ik er ook over, althans daar legde ik de relatie met leren beter te communiceren met mijn meerdere. En nee ik wil zeker niet dat door het werken aan alleen deze discipline de grondgedachte van het systeemdenken loslaten. Ik denk echter dat dit voor nu zo werkt. Stond eerst discipline 3: gemeenschappelijke visie centraal, nu is dit de situatie met discipline 2: mentale modellen. Als ik aan het einde van de rit (thesisverdediging Master Leren en Innoveren) de drie andere disciplines ook maar heb bestudeerd!

zondag 9 september 2012

De socratische dialoog

Op 7 september, na een lang zomerreces van de master leren en innoveren, de eerste lesdag van het thema inter-persoonlijk functioneren met docent Ard. In de morgen aan de hand van een PPT een aanloop naar het concretiseren van de onderzoeksvraag die een ieder zich zelf stelt voor de komende maanden en in de middag een workshop met Maarten Rienks over de scocratische dialoog. Ard werkt in het ochtendprogramma naar het neerzetten van het kader waaraan de onderzoeksvraag moet voldoen. Hij doet dit door continu de relatie te leggen met het onderstaande werkmodel:



Het gaat om de communicatie tussen mij als innovator en de ander. Hoe vindt deze plaats, wat gaat goed en wat gaat minder goed. Dus aan de slag met het analyseren van die situatie in het hier en nu. Reflecteer: betwijfel wat je uitgangspunten zijn, klopt het nu wel wat ik zeg, kloppen mijn overtuigingen en welke veronderstelling zit hier achter?

“We have to learn to listen to ourselvesbefore we can really understand others." Edvard Schein 

De onderzoeksvraag die voor mij centraal staat heeft te maken met de wijze van communiceren met mijn meerdere. Op het KF (knowledge forum) zal ik deze vraag scherper neer gaan zetten. Dit ga ik doen samen met drie mastergenoten in een COL (community of learning), wij ervaren raakvlakken in inter-persoonlijke vraagstukken en zullen intensief de komende maanden met elkaar gaan werken.

In deze zelfde groep ben ik in de middag, aan de hand van de uitleg van Maarten Rienks, aan de slag gegaan met de socratische dialoog. Het is een type gesprek waarbij je de eigen veronderstellingen gaat onderzoeken.

"In een socratisch gesprek gaat het om een zoeken naar inzichten op basis van oordelen over een ervaring = regressieve abstractie". Leonard Nelson

Hierbij staat de kunst van het bevragen en het vertragen centraal. En het vindt plaats aan de hand van een schema met te volgen stappen. De eerste stap is het komen tot een centrale vraag, in het groepje kwamen we tot de volgende: Wanneer werkt onvrede voor mij? En dan volgen nog 5 stappen waarbij de interactie er uiteindelijk uit bestaat dat de andere groepsleden zich verplaatsen in de situatie die 1 groepslid heeft ingebracht. Daar vanuit wordt de vraag beantwoord en de essentie van waar het echt hier omgaat vastgelegd. Tot slot worden de zogenaamde kardinale deugden vastgesteld: maat, moed, bezonnenheid en rechtvaardigheid.
In een zeer korte tijd die middag kwamen we in het groepje echt tot een socratisch gesprek echter het was wel een flits workshop en Maarten Rienks heeft ons zeer gestructureerd aan de hand mee genomen. Ondanks dat het een inspirerende manier is van het voeren van een dialoog in een groep voel ik mij nog lang niet geoefend genoeg om deze gesprekvorm op het werk uit te voeren. Informatie over het socratisch gesprek is te vinden op de site van Het Nieuwe Trivium http://www.hetnieuwetrivium.nl/.
Ik sluit af met een afbeelding van een pagina uit het blad Flow, waar Maarten Riensk vertelt over de zogenaamde socratische cafés die er in NL zijn. Cafés waar de socratische dialoog gevoerd wordt.