zondag 20 januari 2013

De Groene Grens

Het is een grappig fenomeen, wanneer je met iets intensief bezig bent dan vallen zaken op waar je voorheen geen aandacht aan zou besteden. Zo zag ik allemaal kinderwagens toen ik voor het eerst zwanger werd, zag ik over al dezelfde auto's rijden als waar ik zelf net in reed en viel mij dit bord op in een weiland langs de A12 op weg naar de MLI in Wageningen op vrijdag 11 januari jl.:

Immers het thema: Omgeving, de ecologie van innoveren, staat nu centraal op de MLI bij Stoas Wageningen Vitentum Hogeschool. Dit thema gaat over grenzen. De Groene Grens genoemd op het bord gaat over het ontwikkelen van een natuurgebied op de grens tussen Veenendaal en Ede.
De grenzen die vrijdag 11 januari, tijdens de masterdag centraal stonden zijn geen letterlijke grenzen maar abstract. Zo hield Arthur Bakker (Freudenthal Instituut) een expertsessie over boundary crossing en welk leerpotentieel dit kan opleveren in een organisatie, vertelde Iris Bogers van Menzis over het co-creatie platform; Team Topzorg (grensverlegging in klantencontact) en de expertsessie van Hester Smulders en Aimée Hoeve van het ECBO ging over het rapport; 'Co-makership tussen onderwijs en bedrijfsleven: Modaliteiten van samenwerking in projecten onder het Innovatiearrangement'. Een onderzoek over het loslaten en vasthouden van grenzen in samenwerkingsverbanden tussen het beroepsonderwijs en het bedrijfsleven.
In dit blog geef ik een impressie van wat deze expertsessies mij hebben opgeleverd:
Arthur Bakker geeft aan dat grenzen in een organisatie en nodig zijn en hinderlijk zijn en een leerpotentieel op kunnen leveren. Om niet letterlijk tegen grenzen aan te lopen (discontinuïteit) moet je over grenzen heen gaan. Dan doe je aan boundary crossing. Masterstudenten kunnen last hebben van discontinuïteit omdat zij nieuwe kennis opdoen (vaak in een nieuwe context) maar in de oude context verblijven en bijvoorbeeld met collega's te maken krijgen die niet vooruit willen. Echter een masterstudent kan die grens verleggen door als bruggenbouwer te gaan functioneren door de oude context met de nieuwe te verbinden. Zo informeer ik het team waar ik werkzaam ben over verschillende instructional designs met betrekking tot leerplan ontwikkeling en ga ik letterlijk op bezoek bij andere onderwijsinstellingen (de HAN en het Willem 1 College), en breng ik dat wat ik daar zie, terug in het team. Arthur Bakker spreekt over relational agency, relaties leggen met een buitenste schil, de eigen identiteit behouden en jezelf een nieuwe 'competentie' aanmeten opdat je verder komt.
En niet te vergeten ik ben een bruggenbouwer in het eigen leerproces van de MLI, immers ik sla bruggen tussen oude praktijken en nieuwe praktijken door nieuwe kennis op te doen en door concreet onderzoek te doen naar een grenzen verleggend traject in onderwijs (het gebruik van Facebook in combinatie met peer tutoring). Nu is het leerpotentieel op het moment dat ik een master ben gaan volgen vanaf dag één al aanwezig, bij dit thema gaat het erom dat ik dit in een breder context kan plaatsen zoals hierboven geschetst.
Arthur Bakker legde de nadruk in zijn betoog op het leerpotentieel binnen organisaties. Vier vormen van leermechanismen doen zich voor wanneer verbindingen tussen praktijken worden gelegd:
1. Identificatie, nieuwe inzichten in eigen praktijk (bijvoorbeeld praktijknabij onderzoek). 2. Coördinatie, het ontwikkelen van een nieuwe manier van uitwisseling en afstemming. 3. Reflectie, leren door naar elkaars perspectieven te kijken. 4. Transformatie, beide praktijken veranderen of er ontstaat een nieuwe tussen-praktijk.
Hier kan ik de relatie leggen met de expertsessie die plaats heeft gevonden met Hester Smulders en Aimée Hoeve van het ECBO, zij hebben een onderzoek verricht naar initiatieven die plaats vinden om de samenwerking tussen het beroepsonderwijs en het bedrijfsleven te verbeteren. Zij komen tot vijf vormen waarbij mijns inziens het leermechanisme; transformatie plaatsvindt. Want vanuit verschillende praktijken, zoals bij de 3e vorm ontstaat een nieuwe praktijk, een bedrijfsmatige leeromgeving die zij; 'Het bedrijf in de school', noemen. Tussen de onderwijsinstelling en het bedrijf ontstaat een nieuwe leeromgeving. De Waterfabriek is hier een voorbeeld van, Heineken heeft bijgedragen aan de realisatie van een bedrijfsmatige leeromgeving voor het Koning Willem I College (MBO), het Van Maerlant (VMBO) en Avans Hogeschool (HBO).
http://waterfabriek.tumblr.com
De Waterfabriek is gesitueerd binnen het Koning Willem I College maar staat 'los' van het school-gebouw. Een productielijn waar waterflesjes gevuld worden met water. Een zogenaamde omgekeerde leerweg. Deze vorm van opleiden is gerust innovatief te noemen, zo ervaar ik de werk- en leervorm peer tutoring die hier plaatsvindt vernieuwend voor het onderwijs. Een HBO'er begeleidt en instrueert een MBO'er en de oudere jaars MBO begeleidt en instrueert de jongere jaars student. To teach is to learn twice! En het is ook een concrete manier om doorlopende leerlijnen te realiseren.
En wat heeft de expertsessie van Iris Borgert van Menzis mij opgeleverd? Menzis, de zorgverzekeraar geeft haar klanten een stem. Door te participeren als klant op het co-creatie platform; Team TopZorg kan die stem geplaatst en gehoord worden en handen en voeten krijgen. Dit kan op 2 manieren, door zelf als klant iets op het digitale platform te plaatsen bijvoorbeeld een klacht of door te reageren op een vraag van Menzis zelf of van andere klanten. Beide vormen kunnen leiden tot een rode draad, een onderwerp wat verder in de organisatie wordt opgepakt en waar de participanten middels nieuwsbrieven op de hoogte worden gehouden van de vorderingen. Iris Bogers geeft aan dat deze co-creatie er voor zorgt dat iets wat groot is (Menzis, groot bedrijf met veel belangen, omvangrijk zorgstelsel en zorgaanbod) klein wordt. Het is toegankelijk voor de 'gewone' klant. Kennis wordt gedeeld. En de co-creatie heeft als gevolg dat mensen op horizontaal niveau met elkaar tot nieuwe inzichten komen. Samen komen tot nieuwe producten. Is dit nu een vorm van boundary crossing of van bruggenbouwen? Ik denk beide, Menzis gaat over de grens door de klant te betrekken bij het maken van beleid. Het is een vorm van boundary crossing door de grens te verleggen wordt de binding juist verstevigt tussen verschillende praktijken (de zorgverzekeraar en de verzekerde) en dit vindt plaats door middel van het digitale platform (de bruggenbouwer).
Ik sluit af met een woord dat Iris Bogers noemde en dat ik niet ken: dialoogpotentieel. Bij al deze vormen waarbij grenzen overschreden worden is het belangrijk dat er ruimte is voor dialoog! Wat mij betreft het woord van de week: dialoogpotentieel!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen