vrijdag 17 augustus 2012

Canon van het leren I Afgunst (5)

Gedurende de vakantie heb ik een aantal hoofdstukken gelezen uit het boek Canon van het leren (Ruijters & Simons, 2012). Over hoofdstuk 1: Afgunst schrijf ik dit Blog omdat de schrijver Nicolas van Eek het begrip afgunst niet plaatst in de relatie tot leren maar in relatie tot afgunst die geprojecteerd kan worden op de opleider die voor een groep staat. Een situatie die ik zeker herken:
Zo heb ik ook wel voor een groep ervaren verzorgenden gestaan die mij het vuur na aan de schenen legde. Die door hun opmerkingen zoals; 'Wat is dat nu wat je verteld' en 'Dat kan toch echt niet in de praktijk zo plaatsvinden?', mij in een lastig parket brachten. Van Eek noemt dit een vorm van afgunst (broodnijd), die professional die aan de andere kant van het bureau zit heeft last van afgunst, last van het idee: 'Waarom staat zij mij dit te vertellen terwijl ik het ook zo goed weet!'
Van Eek haalt Melanie Klein (1882-1960) aan, een psychoanalytica die onderzoek heeft gedaan naar afgunst. Zij plaats het fenomeen in een systemische en psychodynamnische context. En hij geeft aan dat haar inzichten mij als professional kan helpen mijn weerbaarheid te versterken en het groepsproces in goede banen kan leiden. Melanie Klein heeft veel innovatief onderzoek gedaan met kinderen om zogenaamde envy attacks te kunnen verklaren. De Kleiniaanse theorie over afgunst stelt dat dit een boos gevoel is dat een ander persoon iets begeerlijks bezit en ervan geniet en dat de afgunstige impuls bestaat uit het willen afnemen of vernielen van dat begeerlijks iets. Het is een aangeboren uitdrukking van destructieve impulsen en moeilijk te veranderen. Het voorbeeld van het kind wat haar gevoelens van angst en woede projecteert juist op diegene waar zij afhankelijk van is (en de meeste gevallen de moeder). Indien daarnaast het tevens aangeboren fenomeen van dankbaarheid niet goed tot ontwikkeling komt (dankbaarheid gevoeld voor de moeder) zal zich een kind ontwikkelen wat niet in balans is. 
Jaloezie is een vrijwel identieke emotie echter deze ontstaat pas later als het kind jaloers is op de aandacht die de moeder moet delen met anderen (vader, broers en zussen). De angst ontstaat bij het kind of er wel genoeg liefde overblijft voor hem of haar. Deze emotie is grijpbaar en in zekere zin ook begrijpbaar, afgunst is dat niet omdat juist dat wat wordt aangeboden verworpen of zelfs vernietigd moet worden. Het wordt de ander niet gegund en het maakt afgunst irrationeel, vaak onzichtbaar, subversief en beangstigend.
Van Eek beschrijft een vijftal kenmerken van afgunst:
  1. Afgunst maakt onderdeel uit van een relatie waarbij degene die de afgunst projecteert denkt dat die ander er beter voorstaat.
  2. Het behelst gevoelens van kwaadwilligheid en het verlangen de ander schade toe te brengen (of er getuige van zijn).
  3. Gevoelens van afgunst zijn vaak onbewust.
  4. De gevoelens van afgunst worden het meest ervaren in een relatie waar de een afhankelijk is van de ander.
  5. Afgunst is niet defensief maar net zoals haat en hebzucht, aanvallend en destructief van aard.
Een envy attack kan door een hele groep worden uitgevoerd waarbij nieuwe leden meegenomen worden in dit proces. In een dergelijke groep kan het leren op zich, doelwit zijn van een aanval van afgunst, immers de lerende zijn afhankelijk van degene met ‘meer’ kennis.
“Het is niet gemakkelijk voor professionals om weer in de leerstand te ‘kruipen’ zonder dat zij voelen dat ze tekort schieten of zonder gezichtsverlies te ervaren. Dit ongemakkelijk en voor sommigen ondragelijk gevoel kan bij een individu of een groep een envy attack oproepen.”

Wat kun je doen om een envy attack te voorkomen:
Het is haast niet te voorkomen omdat afgunst bij de mens zo’n fundamenteel onderdeel is van zijn psychodynamiek. Wellicht is het slim om bij aanvang van de leersetting de deelnemers te betrekken bij de introductie, door deze eventuele gevoelens van afgunst te benoemen (in een andere woorden!). Er geen aandacht aan besteden kan tot gevolg hebben dat het toch ondergronds gaat spelen.
Ga er in ieder geval niet in mee in de afgunst ('het is vast een slechte les'), probeer juist de aanwezige kennis te benutten in de kennisoverdracht die jij als opleider plaats laat vinden of juist laat plaatsvinden door de deelnemers. Dit zijn zeker bruikbare adviezen maar wat voor mij een eye-opener is, is dat zo'n voorbeeld die ik eerder beschreef vanuit de psychologie te verklaren is en niet zozeer te maken heeft met mij persoonlijk! Maar let wel dit is geen vrijbrief om alle feedback vanuit een groep op deze manier weg te zetten, vergewis je er van als opleider dat de kennis die je overdraagt up to date en toepasbaar is!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen